Search

Daltononderwijs: een bewuste keuze

De Gavelander organiseert het onderwijs volgens de Dalton principes. De school formuleert een visie op de vormgeving van deze principes in het onderwijs. Leerlingen leren in een doorgaande lijn vanaf de laagste groepen verantwoordelijkheid, samenwerken en zelfstandigheid. De werkwijze wordt onder meer geborgd door consultatie. Er is een daltoncoördinator. In vergaderingen en in de nieuwsbrief wordt hier ook aandacht aan besteed.

Daltononderwijs is enerzijds een organisatievorm waarin de taak een belangrijke rol speelt, maar daarnaast kent het belangrijke opvoedende waarden, waar kinderen de rest van hun leven plezier van kunnen hebben. De grondlegster van deze brede vorm van onderwijs is Helen Parkhurst.

“Daltononderwijs is niet slechts een systeem, of een methode, maar véél meer een goede onderlinge verstandhouding, een steeds doorgaande onderlinge invloed op elkaar!”

 

Daltononderwijs is een manier van omgaan met elkaar, Dalton is een attitude, geen methode 

De 3 pijlers binnen daltononderwijs

Vrijheid/ Verantwoordelijkheid

Binnen het Daltononderwijs betekent vrijheid beslist niet dat een kind maar zelf mag weten wat het binnen school doet. Het gaat er om dat het kind een of meerdere opdrachten krijgt, die het onder eigen verantwoording uitvoert. De keuzevrijheid bestaat daarbij in de eerste plaats uit het zelf bepalen van de volgorde van uitvoering, de wijze van uitvoering en de te besteden tijd daaraan (taakwerk).

Daarnaast worden er echter ook keuzemogelijkheden gecreëerd, waarbij kinderen zelf mogen bepalen, waarover en op welke wijze ze iets willen leren (keuzewerk).

Belangrijk is dat de kinderen van vroeg af aan zelf verantwoordelijk leren te zijn voor de dingen die zij doen.

Duidelijk en belangrijk is dan dat school en thuis daar ook eenduidig over zijn!

Het leren hanteren van vrijheid en het leren nemen van verantwoordelijkheid is een proces dat al van jongs af stap voor stap moet worden opgebouwd.

Naast de verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leren en werken, vinden wij het als school net zo belangrijk dat kinderen ook leren verantwoordelijkheid te nemen voor de sfeer in de groep, het steunen van klasgenootjes en zorg nemen voor de eigen (school)omgeving.

Zelfstandigheid

Dit is een begrip dat nauw samenhangt met zelfwerkzaamheid, maar dat toch verder gaat dan dat. De leerstof van de week wordt via korte effectieve instructiemomenten aangeboden. Tijdens de taakuren daarna gaan de kinderen zelfstandig werken aan alle bijbehorende opdrachten. Ze krijgen veel vrijheid in planning en uitwerking daarvan. De leerkracht roostert zich regelmatig uit voor extra hulp aan zorgleerlingen of subgroepjes. Zelfstandigheid betekent dan ook, dat uw kind al heel vroeg geleerd wordt om probleempjes zelfstandig op te lossen of later na te vragen. De leerkracht blijft uiteraard op de achtergrond beschikbaar.

Samenwerken

Uw kind kan ook problemen oplossen door samen te werken met andere kinderen. Zo willen wij de kinderen al vroegtijdig leren elkaar te helpen en om elkaar onderling hulp te vragen en te bieden alleen als dat nodig is. Daarbij is er een nadrukkelijk verschil tussen helpen en voorzeggen!

Een tweede vorm van samenwerken is het samen uitvoeren van groepsopdrachten; opdrachten dus, welke je niet alleen tot stand kunt brengen.

Afhankelijk van de ontwikkeling van de kinderen, zullen deze opdrachten een steeds ingewikkelder en meer samengesteld karakter krijgen.

Er wordt samen gewérkt en sámengewerkt

Daltononderwijs op de Gavelander

De Taak

Een van de bekendste aspecten van het Daltononderwijs is ‘de taak’. De kinderen krijgen daarbij een aantal opdrachten, dat binnen een gestelde periode moeten worden uitgevoerd. Waar nodig is de taak gedifferentieerd naar tempo, niveau of interesse. 

Er is in de school een opbouw in het omgaan met de taak.

Die opbouw betreft onder andere:

  • Aanbieding van de taak
    • Groep 1/2:

      In groep 1/2 wordt de taak aangegeven op het takenbord. In deze groep bespreek de leerkracht samen met de kinderen de activiteiten. De kinderen worden begeleid in hun keuze voor een activiteit. Op het takenbord is aan de lege plekken nog te zien welke activiteiten nog vrij zijn. Met hun eigen symbool geven ze op dit bord aan wat ze hebben gekozen. Aan het eind van het spelen/werken geeft de leerkracht tijdens de reflectie aan op de dikke duimenkaart d.m.v. een krul of het werk af was en hoe de leerling het gedaan heeft (werkhouding/zelfstandigheid).

      Groep 3:

      Vanaf januari wordt er in groep 3 met een taakbrief gewerkt. Deze taakbrief bevat pictogrammen om de vakken aan te geven. De taakbrief is een dagtaak.

      Groep 4/5/6:

      In deze groepen wordt het hele jaar gewerkt met een week-dagtaak. Het hele werk voor de week staat erop, maar is nog wel per dag in gepland. De taak wordt op donderdag uitgedeeld en moet op woensdag af zijn.

      Groep 7/8:

      In deze groep wordt in eerste instantie ook met een week-dagtaak gewerkt. Alleen deze wordt uitgebreid naar een clustertaak. Hierop staat het werk van de week en de leerlingen moeten zelf een plannen maken. Wel geeft de leerkracht aan wanneer de instructie momenten zijn. Ook in deze groepen loopt de taak van donderdag t/m woensdag.

  • De tijd die aan de taak besteed wordt
    • In groep 1/2 in principe één werkles per dag is dus 5 uur per week.

      In groep 3 t/m 8 de hele ochtend is taaktijd = 3uur (voor rekenen, taal, spelling, schrijven). Het eerste half uur (pre-teaching) wordt dan vooral gebruikt voor verbeter- en afmaakwerk. En het laatste half uur standaard lezen. Rest van de tijd wordt besteed aan taak, dus inclusief alle instructies.

      Door dat de taak bij groep 4 t/m 8 van donderdag t/m woensdag loopt, is er meer tijd voor de leerkrachten de week af te ronden en de nieuwe week voor te bereiden. Voor de leerlingen is het voor deel dat de week door het weekend breekt en de woensdagochtend langer is, zodat werk ze meer tijd hebben om werk af te maken.

  • De omvang van de taak
    • De taak lijkt in eerste instantie op een serie opdrachten die voor alle leerlingen gelijk zijn. Maar er zit wel degelijk differentiatie, zodat de taak voor alle leerlingen op maat is. Voor het ene kind besluit de leerkracht de taak te verlichten en voor een ander kind besluit hij om onderdelen te vervangen door andere.

      Vooral als de niveaus in de bovenbouw steeds verder uiteen lopen, wordt er steeds meer gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

      In het omgaan met tempo- en niveauverschillen binnen de taak schuilt de competentie van de leerkracht.

      Kinderen die naast het taakwerk extra leerstof aan kunnen, worden uitgedaagd meet werk te maken in de breedte of diepte (levelwerk).

  • De onderdelen van de taak
  • De mate van planning
  • Keuze maken om instructie te volgen
  • Zelfregulatie

Evalueren

Een eenvoudig maar doortimmerde evaluatie kan een wezenlijke bijdrage leveren aan het succes

Het evalueren van de taak vinden wij essentieel: hoe is het gegaan, wat waren factoren daarin en wat is in het vervolg van belang?

In groep 1/2  wordt individueel of in de kring besproken, we verwachten van de kinderen ook een kritische houding betreft hun eigen werk.

Er wordt gewerkt met de dikke duimenkaarten voor groep 2, is het werk af? (voldoet het aan de eisen) en hebben de kinderen goed/zelfstandig gewerkt, dan hebben de kinderen een krul op hun dikke duimen kaart verdiend.

In de groepen 3 t/m 8 evalueren de kinderen per onderdeel hoe ze dat onderdeel vonden gaan d.m.v. in het kleuren van een smiley.

De kinderen evalueren het vak: rekenen, taal, spelling, etc. Maar ook hoe het gegaan is tijdens het werk: zelfstandigheid(focus), netheid(netjes gewerkt), controleren(goed gewerkt), gedrag (goed opgelet).

Iedere dag evalueert de leerkracht van 11.55 t/m 12.00 uur met de kinderen over hoe het deze dag gegaan is.

Dagkleuren

Er wordt op De Gavelander met dagkleuren gewerkt die in elke groep hetzelfde zijn en kinderen houvast en structuur bieden:

maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag

De kinderen geven in de kleur van de dag aan wanneer zij een taak hebben afgerond. Tevens worden de dagkleuren gebruikt om te plannen: wanneer ga ik wat doen?

Dagritmebord

In elke klas is de structuur van de dag voor de leerlingen visueel zichtbaar. Hierop staat aangegeven wanneer welke activiteiten gedaan worden op de dag. Zo weten de leerlingen precies wanneer iets gedaan wordt en kunnen ze hun planning hierop aanpassen. Ze weten wanneer er instructie is en hoe lang ze de tijd hebben om aan hun taak te werken.

Dit biedt rust bij de kinderen. Ze weten waar ze aan toe zijn en wat er die dag gaat gebeuren. Daarnaast zien de leerlingen wat er die dag wordt geleerd doordat de doelen van de les tevens zichtbaar zijn. In groep 1/2 wordt gebruik gemaakt van dagritmekaarten. 

Uitgestelde aandacht

Het begrip uitgestelde aandacht is ook belangrijk binnen het Daltononderwijs. Hiermee wordt bedoeld, dat kinderen leren, dat de leerkracht soms niet meteen kan helpen en dat er eerst zelf of met hulp van anderen een oplossing of ander werk kan worden gezocht. Lukt dat nog niet, dan is juf of meester later wel beschikbaar. Gedurende deze kortere of langere tijd heeft de leerkracht de gelegenheid om kinderen te helpen die extra zorg of uitleg nodig hebben.

Op De Gavelander werken we tijdens het zelfstandig werken met een stoplicht. De leerkracht geeft d.m.v. de kleuren van het stoplicht aan of de leerlingen de leerkracht wel of niet kunnen storen en op er overlegt mag worden of niet. Indien de leerkracht niet beschikbaar is, mogen leerlingen vaak onderling wel zachtjes overleggen en zo elkaar helpen. De leerlingen kunnen door middel van hun persoonlijke blok aangeven of ze benaderd willen worden door andere kinderen om te helpen. Hierdoor kunnen ze ook makkelijk zien wie zij kunnen benaderen voor het geval ze een hulpvraag hebben. 

Inloop

Op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdagochtend starten de groepen 3 t/m 8 met taaktijd. We verwachten van de leerlingen dat ze zelf de verantwoordelijkheid nemen om te beginnen met hun taak, zodra de tweede bel is gegaan. De leerkracht gebruikt deze tijd voor extra instructiemomenten voor leerlingen die dit nodig hebben. 

Variabele werkplekken

De leerlingen hebben vaak de mogelijkheid tot samenwerken. Zij zoeken hiervoor elkaar in de klas op maar hebben ook de mogelijkheid om samen op de gang te werken. Zij krijgen hierin een bepaalde vrijheid maar wel met duidelijke regels. Indien het blijkt dat een leerling deze vrijheid niet aan kan, zal hierover in gesprek worden gegaan en volgen er mogelijk consequenties: zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid in gebondenheid.